Beheer en onderhoud met oog voor Flevolandse natuur

Goede doorstroming van wateren, stevige dijken en mooie natuur. Om daaraan bij te dragen beheert en onderhoudt Waterschap Zuiderzeeland dagelijks wateren, dijken, stuwen en gemalen. Daarbij hebben we oog voor de ontwikkeling van planten en dieren en we willen daarbij alle negatieve effecten beperken. Dit doen we vanuit de zorgplicht. Sinds dinsdag 1 april 2025 is de nieuwe gedragscode voor waterschappen van kracht als invulling van deze zorgplicht. De gedragscode geeft ons regels en handvatten om het beheer en onderhoud zo goed mogelijk te doen bij de aanwezigheid van beschermde soorten. ‘We zijn blij dat de nieuwe gedragscode is vastgesteld voordat het onderhoudswerk start. Nu kunnen we binnen duidelijke kaders ons werk voorbereiden en uitvoeren’, aldus heemraad Jaap Lodders. 

Flora- en faunaonderzoek voor maaiwerk

Jaap Lodders: ‘Door de komst van de omgevingswet en de striktere regelgeving voor natuur is de gedragscode geactualiseerd. Met de nieuwe gedragscode is flora- en faunaonderzoek steviger ingepast en kijken we nog kritischer naar de inzet van de klepelmaaier dan we al deden.’ Bij flora- en faunaonderzoek maken we onder andere gebruik van een potentiekaart. Dit is een kaart waarop staat of het gebied geschikt is voor beschermde dier- en plantensoorten. We kijken naar bijvoorbeeld grondgebruik en de grondsoort. In de afgelopen jaren hebben we al veel maatregelen genomen om natuur bij werkzaamheden zoveel mogelijk te ontzien. Zo maaien we oevers om en om. We laten de begroeiing aan één zijde van de watergang staan. Onder andere vogels kunnen hier makkelijker nestelen. 

Hoe ziet de gedragscode er in de praktijk uit?

  • De regels en handvatten in de gedragscode zijn van toepassing als er in een gebied beschermde diersoorten voorkomen.
  • De oevers van de tochten maaien we allemaal buiten het broedseizoen. Namelijk in het najaar en de winter. Als er geen beschermde plant- en diersoorten op de locatie aanwezig zijn, mogen we gebruik maken van een klepelmaaier.
  • Op plekken waar in het broedseizoen gemaaid moet worden, doen we eerst ecologisch onderzoek. Denk aan watergangen voor de wateraanvoer en d-tochten. Om zo uit te kunnen sluiten of er beschermde dieren of planten voorkomen. Dit ecologisch onderzoek is nieuw. De wijze waarop we maaien in het broedseizoen hangt dus af van de uitkomsten van het ecologische onderzoek.  
  • Ook op de dijken controleren we of er beschermde soorten voorkomen. Als dat zo is, werken we volgens de regels van de gedragscode.
  • Voor de bever en de ringslang hebben we protocollen. Deze beschermde soorten komen in Flevoland voor. Als we deze soorten aantreffen, dan werken we op basis van dit protocol. 

Onderhoud op maat

Op plekken waar uit onderzoek blijkt dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn, kijken we op welke wijze we het onderhoud van oevers het beste kunnen uitvoeren. Doel is dat de tochten goed kunnen doorstromen, zodat tochten het water bij piekbuien goed kunnen opvangen en afvoeren. In Flevoland staat in de oevers veel riet. Teveel riet verminderd de doorstroming van een tocht. Het voordeel van de klepelmaaier is dat deze de harde rietstengels goed kan weghalen. Ook hoef je minder vaak onderhoud te plegen. Planten en dieren hebben daardoor een langere periode de mogelijkheid om in alle rust te leven en te groeien. Op andere plekken maken we gebruik van een maaier. Welke methode we kiezen is dus afhankelijk van verschillende factoren. Kortom onderhoud op maat. We kijken niet alleen of er beschermde planten en dieren op locatie aanwezig zijn. We hebben oog voor de ontwikkeling van alle soorten planten en dieren en we willen daarbij alle negatieve effecten beperken. Dit noemen we de zorgplicht. Zo behouden we stevige dijken die Flevoland beschermen, een goede doorstroming van wateren voor een goed waterpeil en mooie natuur.

Trekker maait een oever waarbij het maaisel meteen wordt opgeruimd